Timo Fuite
Applied Data Science & Artificial Intelligence
Wij zijn een studententeam van CMI aan de Hogeschool Rotterdam. In semester 6 (2026) hebben we een drone-oplossing gebouwd die met image classification objecten detecteert en telt, en de resultaten toont in een dashboard voor monitoring op afstand.
Dit project vormde onze technische oplevering in het derde studiejaar (semester 6, 2026), binnen het thema slimme objecten en omgevingen. We combineerden een fysieke drone met computer vision en een webinterface: de drone voert taken uit vanuit de lucht, het model herkent en telt objecten, en het dashboard maakt de verzamelde data overzichtelijk en bruikbaar voor de eindgebruiker.
We realiseerden dit prototype met een instapdrone. Die keuze maakte ontwikkeling en testen haalbaar binnen de projectperiode, maar bracht ook duidelijke grenzen met zich mee: geen GPS, een korte batterijduur en een camera die alleen in vliegrichting kijkt. Die beperkingen — en wat een vervolg met betere hardware zou kunnen betekenen — bespreken we in Sprint 5.
Applied Data Science & Artificial Intelligence
Informatica
Communicatie & Multimedia Design
Applied Data Science & Artificial Intelligence
Technische Informatica
Communicatie & Multimedia Design
Voor dit project werken we samen met onze boerenpartners: De Stadsboerin en Schapenherder M.A. Oosthoek. Daarnaast zijn onze docenten als belangrijke stakeholders bij het project betrokken.
Teamvorming, rollenverdeling en eerste verkenning van de agrarische sector.
“Hoe kunnen we door middel van image classification en simulaties een drone ontwerpen die boeren kunnen inzetten als hulpmiddel op hun land?”
Boeren hebben sinds 2021 in Nederland gemiddeld 35 hectare land, een stijging van bijna 75% sinds 2000. Deze schaalvergroting betekent dat boeren veel land hebben waar zij niet constant toezicht op kunnen houden. Uit onderzoek blijkt dat boeren gemiddeld 66 uur per week werken. Minister Wiersma werkt sinds mei 2025 aan versoepeling van drone-regels voor precisielandbouw.
Landbouwbedrijven maken effectief gebruik van drones en data-analyse om grote percelen efficiënt te beheren. Drones monitoren grote oppervlakten met sensoren, waardoor afwijkingen in gewasgezondheid vroegtijdig worden gesignaleerd. Door monitoring te automatiseren, vermindert het aantal fysieke controle-rondes en wordt de werkdruk verlaagd.
Om de technische haalbaarheid te toetsen zijn we direct gestart met experimenteren. We hebben succesvol een drone gesimuleerd met behulp van Python binnen de simulatie-omgeving AirSim. Deze opstelling is volledig uitgetest en werkt naar behoren, wat ons een sterke technische fundering geeft voor het vervolg van het project.
Tegelijkertijd hebben we de vraag uit de markt onderzocht door boeren (voornamelijk gericht op begrazing) te interviewen. Hieruit kwamen verrassende inzichten die onze aannames uitdaagden:
Uit de validatiefase blijkt dat onze initiële ontwerpvraag de huidige pijnpunten van de boeren onvoldoende oplost en soms zelfs botst met hun behoefte aan direct visueel contact met de dieren. Echter, onze succesvolle experimenten met AirSim bewijzen dat we de techniek in huis hebben. Het doel voor Sprint 3 is dan ook het formuleren van een nieuwe ontwerpvraag, waarbij we onderzoeken hoe we onze opgedane drone- en simulatiekennis kunnen inzetten voor een probleem waar wél marktbehoefte aan is.
Na de pivot in Sprint 2 hebben we diverse nieuwe invalshoeken verkend, variërend van slimme plantplanningen tot kuddebeheer. Uiteindelijk kozen we ervoor om in te zoomen op de preventie van natuurbranden voor gemeentes en boseigenaren. We hebben deskresearch uitgevoerd naar de gebruikers, de context en hoe we onze technologie (image classification en simulaties) hierop konden toepassen.
“Hoe kunnen we door middel van image classification en simulaties een drone ontwerpen die gemeentes/bos eigenaren kunnen inzetten om bosbranden (vroegtijdig) te helpen detecteren?”
Met deze ontwerpvraag hebben we een demo en poster gepresenteerd tijdens het Socialfest. De feedback was waardevol maar confronterend:
Door deze feedback raakten we gemotiveerd om het probleem anders te benaderen. Uit een gesprek met expert Maurice bleek dat drone-beeldherkenning ontzettend veel waardevolle, maar vaak erg niche use-cases heeft (bijvoorbeeld het tellen van specifieke dieren in een bos). In plaats van ons te beperken tot één kleine doelgroep met één specifieke toepassing, besloten we deze spreiding te omarmen. We richten ons vanaf nu op het bouwen van een drone-software platform dat meerdere use-cases ondersteunt.
Er zijn talloze ecologische, agrarische en ruimtelijke vraagstukken (zoals populatiebeheer of gewasanalyse) die opgelost kunnen worden met drone-data. Echter, voor elk los probleem moet nu een specifieke applicatie of dure maatwerkoplossing worden ontwikkeld. Bovendien zijn huidige methodes vaak handmatig of maken ze gebruik van macro-data (satellieten) die onvoldoende detail bieden voor specifieke lokale taken.
Gebruikers (zoals boswachters, boeren en onderzoekers) hebben toegang tot één centraal en laagdrempelig softwareplatform (een 'drone-app'). Hierin kunnen zij eenvoudig een specifieke taak selecteren die zij door de drone willen laten uitvoeren (bijv. dieren tellen of een specifieke diersoort zoeken). Het platform stuurt de (simulatie)drone autonoom aan en maakt gebruik van flexibele image classification modules om de gewenste data direct te leveren.
Met de platformvisie uit Sprint 3 als fundament maken we in Sprint 4 de vertaalslag naar een tastbaar product. We focussen ons gelijktijdig op de software-interface, de aansturing van fysieke hardware en de ontwikkeling van de eerste AI-module.
De koerswijziging naar een modulair drone-platform bracht richting, maar in Sprint 4 hebben we de ontwerpvraag opnieuw aangescherpt. Gesprekken met stakeholders en onze eerste prototypes maakten duidelijk dat eindgebruikers vooral behoefte hebben aan een toegankelijke oplossing: eenvoudig te bedienen, met heldere taken en overzichtelijke resultaten, in plaats van een complex platform met veel losse niche-toepassingen. Daarmee koppelen we onze technische mogelijkheden (image classification, dashboard) expliciet aan de praktijk op landgoederen, in bossen en op weilanden.
“Hoe kunnen we een toegankelijke drone ontwerpen die overzichtelijk taken kan uitvoeren en overzicht kan geven op verschillende problemen bij landgoed, bossen, en weilanden.”
We zijn gestart met het ontwerpen van de web-interface (UI) voor onze applicatie. Dit moet de centrale, gebruiksvriendelijke hub worden waar de eindgebruiker (bijv. een boswachter of gemeente) laagdrempelig zijn of haar specifieke use-case kan selecteren, configureren en de data kan uitlezen.
Hoewel onze eerdere experimenten in de AirSim-simulatie succesvol waren, is het cruciaal om onze code ook in de echte wereld te valideren. We hebben hiervoor een DJI Tello drone aangeschaft. We hebben succesvol geëxperimenteerd met het direct aansturen van deze fysieke drone via Python, wat bewijst dat we de brug tussen onze software en externe hardware kunnen slaan.
Om aan te tonen dat het platform daadwerkelijk verschillende taken aankan, werken we een eerste concrete 'voorbeeldmodule' uit. We zijn momenteel bezig met het trainen van een image recognition model dat specifiek is gericht op het detecteren en classificeren van dieren vanuit de lucht.
Een drone die met behulp van image classification objecten kan detecteren en tellen. De verzamelde gegevens worden vervolgens weergegeven in een dashboard, waardoor eindgebruikers processen kunnen automatiseren en data op afstand kunnen monitoren.
De limitatie van een goedkope drone is geen GPS, hele korte batterijduur, een oud framework en een slechte camera (kan alleen naar voren kijken). Meer functionaliteiten hadden kunnen worden onderzocht mochten we een betere drone tot beschikking hebben gehad.
Met een iets hogere investering kan er worden gewerkt met een betere drone die in staat is om veel meer functies uit te voeren, maar ook de huidige functies beter uit te voeren (beter camerabeeld, langer vliegen, GPS). Een voorbeeld van een betere drone is de PX4 Development Kit X500 V2. Verder is het verstandig om kritisch te zijn op de risico's die kunnen ontstaan met autonome drones; hierover hebben we meer gepraat in het risico-rapport.